Interview Erika
Door de coronapandemie werd Erika tijdelijk de vrouw die thuis het vlees sneed
Erika werkt als programmamanager bij de GGD als in maart 2020 corona uitbreekt. Ze springt tijdelijk bij. Hier vertelt Erika hoe ze dat heeft ervaren.
“Ik woon in Brabant en die provincie moest als eerste thuis blijven werken. Ik zat dus thuis, maar wilde eigenlijk gaan helpen want er waren mensen nodig op kantoor. Na een belletje met de manager waarin ik aangaf dat ik geen klachten had, kon ik meteen aan de slag. Op 16 maart, de eerste dag dat je 100 moest rijden, ik weet het nog goed, reed ik op een verlaten snelweg naar de GGD.
Dat was het begin van drie maanden non-stop werken voor de Covid-19 uitvoeringsorganisatie. Mijn kinderen en man waren thuis tijdens de lockdown en ik maakte lange dagen buiten de deur. Dat was een unieke situatie waardoor ik me ook weleens de vrouw voelde die op zondag het vlees kwam snijden.
Ik heb tijdens die maanden vooral het artsenteam ondersteund met brieven. Elke dag veranderde er wel iets in het landelijke beleid, kwam er nieuwe informatie beschikbaar waardoor we instanties die bij ons informatie inwonnen weer opnieuw moesten informeren. Maar ook hele praktische zaken heb ik aangepakt. Bij de uitbraak in het Beatrix ziekenhuis hebben er mensen naast de besmette persoon gezeten die via de huisartsenpost werd opgenomen. Die belde ik twee keer op een dag om te vragen hoe ze zich voelden en ik noteerde hun temperatuur, die ze keurig netjes doorgaven.
Die persoon was de eerste besmette persoon in de regio, dat veranderde in de dagen ernaar naar drie personen, vijf en vervolgens stegen die cijfers heel hard. We kwamen op het punt dat we erover na dachten om een bron- en contactonderzoekteam te starten en een klein callcenter naast het artsenteam om alle vragen op te vangen. Daarnaast kwamen er teams voor thuisbemonstering. Grootschalig testen bestond toen nog niet. Dat was de eerste aanzet tot het vormen van een organisatie voor de coronapandemie die uiteindelijk uit zou groeien tot over de 1.000 medewerkers. Dat was toen nog ondenkbaar. Ik weet nog dat ik het script heb geschreven voor het eerste keuzemenu voor de coronalijn toen de telefoons ineens roodgloeiend kwamen te staan.

Ik maakte formulieren om de overdracht naar de volgende dienst door te kunnen geven en we stelden een ochtend- en een avondrondje in. Het moment waarop we elkaar bijpraatten over de gebeurtenissen van die dag. Ik werkte samen met collega’s van andere afdelingen, die ik nog nooit had gezien of nog nooit mee samen had gewerkt. Dat gaf een bijzonder gevoel van saamhorigheid. We waren echt met elkaar de klus aan het klaren. Dat motiveerde ook enorm.
In de loop van mei werd duidelijk dat Covid heel groot ging worden, dat was het moment dat er een keuze gemaakt moest worden. Want mijn eigen werkzaamheden moesten ook weer opgepakt worden. Ik moest kiezen tussen volledig naar Covid of terug naar mijn eigen werkzaamheden als programmamanager. Ik koos dat laatste maar werd ook Covid-accounthouder voor de gehandicapten- en jeugdzorg voor acht uur per week.
Tijdens de pandemie werd een projectgroep opgetuigd van GGD en GHOR samen. In onze regio zijn we gaan werken met accounthouders op gebieden als ziekenhuiszorg, ambulancedienst, verpleeghuiszorg, thuiszorg, gehandicaptenzorg, onderwijs, horeca & evenementen. Aan deze accounthouders konden alle branches hun vragen stellen. De accounthouders konden andersom ook informatie ophalen bij die branches om een beeld te krijgen van waar zij tegenaan liepen en wat hun vragen waren. Dat is een gouden greep geweest, want tot op de dag van vandaag is dit netwerk zeer waardevol geweest. Ik had al een netwerk in de gehandicaptenzorg, maar door actief de organisaties te benaderen en nauw samen te werken rondom Covid is dit enorm uitgebreid en hebben we zelfs afgesproken, los van Covid, elkaar drie keer per jaar te blijven treffen. Daar is ook een arts infectieziektebestrijding bij. In die overleggen staat infectiepreventie centraal."